Facebook Twitter Tunein YouTube

De meesterwerken van Bruch – aflevering 2

In deze tweede aflevering van de jubileumreeks rond Max Bruch komt er een grote variëteit aan werken voorbij. Zeer waarschijnlijk kan die grote diversificatie van producties verklaard worden door het feit dat hij een aanzienlijk deel van zijn loopbaan allerlei posten heeft bekleed in compositie aan verschillende conservatoria : Mannheim (1862–1864), Koblenz (1865–1867), Sondershausen (1867–1870), Berlin (1870–1872), Bonn (1873-1878), en uiteindelijk Berlijn van 1880 tot zijn emiritaat in 1910 op 72-jarige leeftijd.

Drie behoorlijk verscheidene werken staan op het programma vandaag.

  1. Symfonie nr. 2 in f-klein op. 36

Zijn tweede symfonie volgde erg snel na zijn eerste. Die eerste zag het licht in 1868 zoals we vorige week bespraken, de tweede enkel twee jaar later in 1870. Het lijkt wel alsof er een soort van ‘slipstream’ ontstond door het overweldigende succes van zijn eerste vioolconcerto dat we vorige week konden horen en dat dateert uit 1867. De tweede symfonie in drie delen ging in première in Leipzig op 24 november 1870, en laten we maar eerlijk zijn, het was geen succes. Dat is nadien ook nooit echt gebeterd. Een lokale maar gezaghebbende muziekcriticus schreef over het werk : het is alsof Bruch ‘durchaus auf frischen Gräbern tanzen wollen’. Ook de lengte (+/- 37 minuten) speelde tegen het werk. Het is te zwaar, te eentonig, en het ‘scherzo’ werkt te veel door in het gehele stuk. Dat lijkt echter allemaal wel mee te vallen : het was uiteindelijk de periode waarin lange zware symfoniën de standaard begonnen te worden. Maar toegegeven, het heeft niet de licht- en luchtigheid van Bruchs eerdere werken, typerend voor de Duitse romantische periode.

  1. Concert voor klarinet, altviool en orkest in e-klein op. 88

Dit werk situeert zich aan het einde van zijn leven. Hij voltooide het werk in 1911, één jaar nadat hij op pensioen was als hoogleraar compositie aan de Berlin Hochschule für Musik. In het jaar 1911 volgde ook de première. Hij schreef het stuk voor zijn zoon ‘Max Felix Bruch’, een begenadigd klarinettist. Het werk is slechts 20 min. lang, hij heeft dus wel geleerd van zijn eerdere ervaringen op dat punt. Ondanks dat het een uitloopwerk is (op. 88 van in totaal 93 werken in het opusregister) was het erg succesvol en is het ondertussen talloze keren opgenomen, ook door de grote namen onder de klarinettisten zoals Sharon Kam (2007), Steven Kanoff (2005), en Paul Meyer (1990).

  1. Kol Nidrei, concertstuk voor cello en orkest in d-klein op. 47

Het concertstuk ‘Kol Nidrei’ behoort tot zijn meest bekende werken. Daarmee gaan we weer een beetje terug de tijd in, namelijk naar 1881. Het was de periode (1880-1883) waarin hij ook dirigent was bij de Liverpool Philharmonic. Twee constanten komen in dit werk terug : zijn voorliefde voor de cello en het feit dat Bruch (die zelf Jood was, althans dat werd beweerd) veel werken door zijn geloof liet inspireren. Zo is de bijtitel ‘Alle geloften : adagio op Hebreeuwse melodieën’, en zo is het eerste deel van Kol Nidrei een herwerking van de gezangen die men traditioneel tijdens de avonddienst van Jom Kipoer (dag van de vergeving) ten gehore brengt.

Zijn “eventuele” Jood zijn zorgde er ook voor dat na zijn overlijden in 1920 zijn werken door de nationaal-socialisten stelselmatig uit de programma’s werden geweerd. Toch is er een zekere vaagheid rond zijn afkomst. Er is nooit een Joodse invloed in zijn stamboom ontdekt, hijzelf ontkende het trouwens in alle toonaarden en werd hij ‘protestants’ opgevoed. Daarenboven kreeg hij de tussennaam ‘Christian’ mee. Zeer waarschijnlijk kwam hij in aanraking met de Joodse muziek en cultuur vroeg in zijn loopbaan toen één van zijn leraren Ferdinand Hiller hem introduceerde bij een familie wiens pater familias Abraham Jacob Lichtenstein heette, die hoofdcantor was in Berlijn, en die de interesse van de jonge Bruch voor Joodse volksmuziek ondersteunde. Bruch schreef zelf over de Joodse dynamiek in het stuk: ‘Ik ben dan misschien dan zelf wel protestant, de diepe en ongekende schoonheid van de Joodse melodieën is iets waarvoor ik graag plaats maak in mijn werken’. De echte Joodse critici vinden dan weer dat het echte Joodse sentiment in het werk ontbreekt. Oordeelt u zelf maar!

De meesterwerken van Bruch, hoor je elke zondagavond tussen 8 en 9 uur op La Classica.

Samenstelling en research : Luc Nijs
Presentatie : Yves Van Ooteghem
Productie : La Classica

Recent