Facebook Twitter Tunein YouTube

De meesterwerken van Bruch – Aflevering 3

In deze aflevering duiken we verder in de concertstukken van Bruch. Zijn eerste vioolconcerto uit 1867 was zoals in aflevering 1 aangehaald een doorslaand succes, zodanig zelfs dat het al zijn latere werken heeft overschaduwd.

Het leven is niet makkelijk als je voor 1 werk bekend staat en tegelijkertijd in de schaduw leeft van andere componisten zoals Johannes Brahms en Felix Mendessohn, naar wie Bruch zelf ook opkeek.

Vandaag in de uitzending:

  1. Vioolconcerto nr. 2 op. 44 in d-klein (Jochen Brusch – Tübinger Ärzteochester)

10 jaar na het eerste, in 1877, volgde zijn tweede vioolconcerto. In feite was het 1874 want zijn romance voor viool en orkest op. 42 was bedoeld als het eerste deel van zijn volgende vioolconcerto. Hij kreeg er echter geen vervolg voor geschreven en liet het stuk dan maar zelfstandig bestaan. Overigens, hij had de Spaanse componist Pablo de Sarasate beloofd een ‘echt’ vioolconcerto voor hem te schrijven. Dat werd Bruchs tweede vioolconcerto. Het bleef hem steeds wat hoog zitten dat zijn tweede vioolconcerto het eerste nooit echt kon evenaren, maar laten we eerlijk zijn. Bruch schreef zijn twee vioolconcerto’s en Scottish Fantasy in een periode waarin (het Vioolconcert van Brahms dateert uit dezelfde tijd) maar twee vioolconcerten internationale status hadden bereikt; dat van Beethoven en Mendelssohn (Mozart werd toen nog niet serieus genomen). Dat is niet verkeerd lijkt me.
Bruch was echter een aartsconservatief die niets van de nieuwlichterij van Liszt en Wagner moest weten. Het tweede vioolconcerto blijft dus een beetje mat en te dicht bij de grond. Toch deed Pablo de Sarasate het schitteren tijdens de première op 4 november 1877 in London.

  1. Schotse fantasie in Es-groot op. 46 (Cho-Liang Lin – Chicago Symphony Orchestra)

De Schotse fantasie componeerde Bruch slechts 2 jaar na zijn tweede vioolconcerto (1880). Zoals de titel doet vermoeden zijn het thema’s (4) gebaseerd op Schotse folk muziek. Het werk ging een jaar later (1881) in première. Vermits hij Schotland nog nooit had bezocht tot na de première van het werk, liet Bruch zich inspireren door de Schotse bibliotheek in München. Het stuk werd uitgevoerd door het Liverpool Philharmonic waar hij op dat moment dirigent was.

  1. Ave Maria voor cello en orkest op. 61 (Julius Berger – Nationales Rundfunk Sinfonieorchester Polen)

Een kleine afsluiter in deze aflevering is het Ave Maria voor cello en orkest uit 1892. Bruch had net een jaar eerder de post compositie overgenomen aan het conservatorium in Berlijn. Het werk is eigenlijk de zesde beweging uit ‘Der Feuerkreuz (op. 52)’ waar hij in parallel aan werkte. Het is een virtuoos stuk met een prima balans tussen instrument en orkest, maar wordt evenwel gezien als lastig te spelen, vooral omwille van de langzame delen die een extreme zuiverheid vereisen van de cellist.

Samenstelling en research : Luc Nijs
Presentatie : Yves Van Ooteghem
Productie : La Classica

Recent