Facebook Twitter Tunein YouTube

De meesterwerken van Bruch – Aflevering 6

Na twee uitzendingen met uitstappen naar het vocale oeuvre en de kamermuziek van Max Bruch keren we deze week terug naar zijn orkestrale werk. We hoorden in vorige afleveringen reeds zijn eerste en tweede vioolconcerto en ook de eerste en tweede symfonie, maar van beiden schreef hij er drie.

Hij deed er respectievelijk 13 en 17 jaar over sinds de tweede en tegen de tijd dat hij ze voltooide was hij reeds terug in Berlijn aangekomen. We spreken over 1882 (symfonie) en 1891 (vioolconcerto).

  1. Vioolconcerto nr. 3 in d-klein op. 58

We moeten eerlijk zijn. Ondanks de klassieke structuur met drie delen en heel wat klassieke thema’s heeft het derde vioolconcerto, net zoals zijn tweede concerto, nooit het niveau gehaald en aandacht gekregen van zijn eerste vioolconcerto. Dit zelden gespeelde derde vioolconcert van Bruch is een meesterlijk stuk muziek dat de confrontatie aangaat met dat van Johannes Brahms, zowel naar de vorm als de omvang. Het duurt maar liefst zo’n kleine veertig minuten (het eerste deel werd gepland als een zelfstandig Concert-Allegro). Mogelijks is de lengte een deel van het probleem is. Op aandringen van Joseph Joachim (vriend en zijn baas aan het conservatorium van Berlijn) is het toch een driedelig concert geworden, en zowel hij als Pablo De Sarasate hebben hun uiterste best gedaan om het onder de publieke belangstelling te brengen. Helaas, Bruch maakte het zichzelf niet gemakkelijk door op zijn dertigste in de roos te schieten met een onsterfelijke eerste vioolconcert.

  1. Symfonie nr. 3 in E-groot op. 51

Zijn tweede symfonie kwam er in 1870, en zoals we eerder al aangaven was dat niet echt een succes te noemen. Hij wist dus dat als er ooit nog een derde symfonie zou komen, dat een doorslaggevend succes moest worden. Hij schreef aan zijn uitgever daarover : ‘Wenn ich jetzt noch einmal eine Sinfonie bringe, so muß sie durchschlagen – oder lieber gar nicht da sein’. Hij begon aan zijn derde symfonie te schrijven toen hij nog dirigent was van de Liverpool Symphonic (1880-1883), en voltooide het werk in 1882. In deze derde laat hij het donkere van zijn tweede symfonie, maar ook zijn aanhankelijkheid van de stijl van Brahms los. Hij schrijft daarover het volgende: ‘ Diese Symphonie ist ein Werk des Lebens, der Freude und der Gesundheit. Daß mir auch die dunklen Tiefen des menschlichen Herzens nicht unbekannt sind, beweist u. a. meine II. Symphonie. Die III. bildet zu ihr einen vollkommenen Gegensatz. Eigentlich sollte diese letztere die Überschrift ‘Am Rhein’ tragen, weil sie im Allgemeinen wohl für einen Ausdruck echt rheinischer Lebenslust und Freudigkeit gelten kann.’

De première was in New York op 17 december 1882. Hij kluste er nadien nog wat aan en de herziene versie werd voor het eerst opgevoerd in 1886 in het Leipziger Gewandhaus. De commentaren waren positief maar zoals gezegd het bleef toch allemaal in de schaduw staan van zijn eerste symfonie en meer nog, zijn eerste vioolconcerto. Merkwaardig is dat hij tussen de periode van zijn derde symfonie en derde vioolconcerto enkel koorwerken publiceerde. Uiteindelijk lag daar zijn hart. Enigzins komisch dat je de geschiedenis kan overleven met werken die niet eens nauw aan je hart liggen.

Met al die grote mooie werken zou je bijna vergeten dat voor Bruch de nadruk steeds is blijven liggen bij het doceerwerk. Zo mag hij tot zijn leerlingen (aan het conservatorium Berlijn) rekenen: de latere operette koning Oscar Straus, de componist Eduard Künneke, de Noorse componist Fartein Valen, de Poolse orgel-componist Feliks Nowowiejski (bekend met name voor zijn opera- en operettewerk), de Engelse componist Ralph Vaughan Williams, de Nederlandse componiste Elisabeth Kuyper alsook de Japanse componist Kōsaku Yamada.

Samenstelling en research : Luc Nijs
Presentatie : Yves Van Ooteghem
Productie : La Classica

Recent