Facebook Twitter Tunein YouTube

De meesterwerken van Bruch – Aflevering 7

In deze (en volgende) uitzending zal de volledige aandacht gaan naar het late en overwegend orkestrale werk van Max Bruch. Nadat hij in 1890 de post van docent compositie oppikte aan het conservatorium Berlijn kwam er relatieve rust in zijn leven. Op die post bleef hij tot hij in 1910 met pensioen ging. In die periode kreeg hij ook steeds meer waardering voor zijn bijdrage aan de muziek in brede zin.

Zo ontving hij een eredoctoraat aan de universiteit van Canbridge (1894) en werd hij gevraagd toe te treden tot de directie van het conservatorium in Berlijn waar hij les gaf (1899).  Tijdens zijn emiritaat kreeg hij dan nog een eredoctoraat van de universiteit Berlijn (1918).

  1. Serenade voor viool en orkest in a klein op. 75

Gefinaliseerd in 1899 en met een eerste uitvoering in december 1899 is deze serenade, in vier traditionele delen met met bijna 40 minuten op de teller een pittig stukje. Hij schreef het tijdens zijn zomerverblijf in 1899 aan het Igeler Hof in de bergen nabij Bergisch Gladbach bij Keulen. We mogen niet onderschatten wat die plek voor hem betekende. Bruch schreef over Igeler Hof : ‘Schöne Waldwege führten hinunter nach der Igeler Mühle und dem reizenden stillen Tal von Herrenstunden. Als Knabe und als Jüngling durfte ich oft Wochen-, monatelang in dem lieben Haus zwischen den Nussbäumen wohnen, sinnen und arbeiten. Es war ein Asyl für stille Geistesarbeit wie man es sich nicht schöner denken konnte’. Voor hem was het dus een paradijs.

Het werk zelf was eerst bedoeld als concerto maar nadien bedacht hij zich. Ook dit stuk was geschreven voor de violist Pablo de Sarasate, hij liet zelfs aan zijn uitgever Simrock weten dat het er echt alleen maar gekomen was op Sarasate’s aandringen. Het eerste deel ‘andante con moto’ is langzaam en gebaseerd op Noorse folk muziek. Naarmate het derde deel in zicht komt versnelt het tempo en wisselen snelle en langzame delen elkaar af, zonder ontwikkeling echter van enig drama. Het laatste deel ‘allegro energico e vivace’ is geschreven op maat van de Sarasate en vraagt serieuze techniek. Het voelt mediterraan aan, net zoals de Sarasate als persoon.

  1. Suite op Russisch thema op. 79b (1903)

In 1903 schreef Bruch zijn eerste orkestsuite die hij baseerde op Russische volksmuziek.  Merkwaardig genoeg hebben deze suites (hij schreef er in totaal drie) de tand des tijds goed doorstaan, en worden de laatste jaren weer verschillende nieuwe opnames op de markt gebracht.  Al zijn suites zijn geïnspireerd op volksmuziek : de tweede op Zweedse volksmuziek (1906), de derde weer op Russische (1909) ditmaal met orgel. Die hoort u beiden volgende week.

  1. Lied op. 59 (5 liederen voor bariton) nr. 3 Zweites Kophtisches Lied

Ter afsluiting nog even wat vocaal werk. Tijdens zijn periode aan het conservatorium in Berlijn schreef hij 5 liederen voor bariton (1892) die samengebracht werden in zijn catalogus als opus 59. U hoort het derde lied met als titel ‘Zweites Kophtisches Lied’. Het heeft iets heldhaftigs als de tekst evolueert: ‘Steht die Zunge selten ein; Du mußt steigen oder sinken, Du mußt herrschen und gewinnen Oder dienen und verlieren, Leiden oder triumphieren’.

Samenstelling en research : Luc Nijs
Presentatie : Yves Van Ooteghem
Productie : La Classica

Recent